Typography

Nog maar een kwart van de Nederlanders noemt zich kerkelijk. Nog eens 27 procent ziet zichzelf als ‘ongebonden’ gelovig of spiritueel.


Dat blijkt uit het zondag gepresenteerde rapport God in Nederland, een initiatief van de KRO, de vijfde editie sinds 1966. Er werden dit keer 2100 mensen geënquêteerd.

Tien jaar geleden noemde nog een derde van de Nederlanders zich kerkelijk. De onderzoekers spreken van een ‘wijkend christendom’. Naast deze trend zien ze nog een tweede ontwikkeling: een ‘grenzeloze’ spiritualiteit die kerkmuren en religies overstijgt. Dat maakt de religieuze kaart behoorlijk onoverzichtelijk. Mensen noemen zich bijvoorbeeld protestant én boeddhist en zelfs katholiek én atheïst (gelooft niet in God).

Geloven zonder kerk

Dat levert dan dit beeld op: het aantal atheïsten en agnosten (weten niet of er een God is) steeg sinds 2006 flink: van 40 naar 58 procent. Tegelijkertijd staat niet meer dan 41 procent van de bevolking als seculier (niet-kerkelijk en niet-gelovig) te boek.
Van de ondervraagden is verder 17 procent ongebonden gelovig (vaak ex-kerkleden) en 10 procent noemt zichzelf spiritueel (onkerkelijk met interesse voor zingeving). Samen vormen deze twee groepen dus ruim een kwart van de bevolking. Verhoudingsgewijs groeit de opvatting ‘voor geloven heb je de kerk niet nodig’.
,,Geloof en spiritualiteit trekken zich niet veel aan van kerkmuren’’, aldus het rapport, ,,want een meerderheid van de Nederlanders noemt zich gelovig of spiritueel, terwijl slechts een kwart kerklid is.’’ Die 25 procent kerkelijken zal de komende decennia dalen naar onder de 20 procent, is de voorspelling. De opmars van spiritualiteit, die tien jaar geleden nog gaande leek te zijn, is tot stilstand gekomen. Het aantal mensen dat zichzelf beschouwt als ietsist (gelooft dat er zoiets als een hogere macht moet zijn) is gedaald: van 36 procent in 2006 naar 28 procent nu.

Minder vertrouwen

Het vertrouwen in de kerken blijft dalen. Stonden kerken in 1996 na de wetenschap nog op de tweede plaats als het ging om betrouwbaarheid, in 2006 moesten de kerken de media ook voor laten gaan en nu staan ze op de vierde plaats. Zelfs politieke partijen genieten nu meer vertrouwen. Alleen het Europees Parlement scoort lager.
Nog maar een kwart van de bevolking gelooft dat de rol van het geloof in God voor de burgerlijke moraal belangrijk is. In 2006 was dat nog 40 procent. ,,Ook kerkleden vinden in toenemende mate dat de samenleving niet omvalt als het geloof in God verdwijnt’’, aldus onderzoeker Ton Bernts.
Religie privatiseert, zegt hij. ,,Kerkleden koesteren hun geloof als een privégedachtegoed dat tegen een stootje moet kunnen.’’ De rol van religie bij ‘scharniermomenten’ (huwelijk of uitvaart) wordt ook steeds kleiner. ,,De kerken zijn verder in de marge van de samenleving beland.’’

Volkskerken zijn verdwenen

De ‘papieren leden’ geven een veel te gekleurd beeld van de grote kerken. De volkskerken blijken te zijn verdwenen.
De Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk in Nederland worden traditioneel volkskerken genoemd. Lang waren ze dat ook. Althans, in het geval van de PKN ging het lang om de Nederlandse Hervormde Kerk (in 2004 fuseerden de hervormden met de gereformeerden en lutheranen).
En op papier zijn de eigen cijfers van de twee kerken nog aanzienlijk: de RK Kerk heeft 3,9 miljoen leden (23,3 procent van de Nederlanders) en de PKN 1,9 miljoen (11,3 procent). Samen goed voor ruim een derde van de bevolking dus. Maar dat zijn ‘papieren leden’. Vooral in het geval van de katholieke parochies ontstaat er een heel ander beeld wanneer mensen gevraagd wordt of ze kerkelijk zijn. Van de ondervraagden noemt zich slechts 11,7 procent rooms-katholiek - dat scheelt de helft! - en 8,6 procent lid van de PKN.
Het rapport God in Nederland 1966-2016 spreekt dan ook van ,,voormalige volkskerken’’ waarvan de daling van het ledental ,,in hoog tempo doorzet’’. Het kerkbezoek is logischer wijze ook gedaald. Fors gedaald. Nog maar 18 procent gaat geregeld of soms naar de kerk, in 2006 was dat nog 30 procent. De grootste achteruitgang was in de RK Kerk: 42 procent minder in tien jaar tijd.

Dubbele secularisering Rooms-Katholieke Kerk

De participatie van katholieken ten opzichte van protestanten was altijd een stuk lager, maar is de afgelopen jaar nog verder op achterstand gekomen. Onderzoeker Ton Bernts: ,,De RK Kerk wordt aldus getroffen door een dubbele secularisering: er zijn niet alleen minder kerkleden, maar degenen die overblijven participeren ook minder.’’
De kleine kerken (vooral orthodox-gereformeerd en evangelisch) bleven stabiel: van 4 naar 4,2 procent. De aanloop bij de kerken die nog altijd groei melden, vooral in evangelicale hoek, komt voor een belangrijk deel uit de grote kerken. Bernts spreekt relativerend van ‘circulation of the saints’ (‘rondpompen van gelovigen’).
Naast de 25 procent die zichzelf als kerklid ziet is tweederde (67,8 procent) buitenkerkelijk. De ontkerkelijking heeft zich de afgelopen halve eeuw sterk doorgezet, aldus Bernts. ,,De groep buitenkerkelijken is in vijftig jaar tijd verdubbeld.’’

Geen spirituele revolutie

Nog maar 7 procent hecht waarde aan de godsdienstige grondslag van een school. Dat veel meer mensen hun kinderen toch naar een christelijke school sturen (60 procent), heeft weinig met principes te maken (om de hoek, fijne school).
Buitenkerkelijken zien nauwelijks of nooit een kerk van binnen. ,,Het kerkgebouw, zeker wanneer er een viering of dienst plaatsvindt, is voor hen een terra incognita geworden’’, zegt Bernts. ,,Zij weten niet meer wat zich daar nog afspeelt en worden vaak pas attent op de kerkgebouwen als deze worden bedreigd door de sloophamers.’’
Volgens de onderzoekers was de afgelopen jaren geen ‘spirituele revolutie’ buiten de kerken gaande, zoals begin deze eeuw nog wel werd gedacht. Ook voor ‘knuffelspiritualiteit - een religieus pretpakket’ liep de interesse terug. Die revolutie was al in 2006 over het hoogtepunt heen, denkt onderzoeker Joantine Berghuijs. ,,Geloofszekerheden verliezen in ons land op alle fronten aan overtuigingskracht en het aantal beoefenaars van religieuze en spirituele praktijken neemt af, zowel in het traditionele christendom als in de nieuwe spiritualiteit.’’

‘Horizontale transcedentie’ - het streven naar zelfinzicht en verbinding met mens, wereld en natuur - doet het nog wel goed.


Bron: LC.nl 14-03--2016