Typography

De boycotbeweging tegen Israël (bds) doet het voorkomen alsof zij voor vrede is, maar in werkelijkheid is hun ‘vredesoplossing’ de vernietiging van Israël. Dit stelt de oprichter Omar Barghouti onomwonden. Hij studeerde zelf overigens behoorlijk hypocriet aan de universiteit van Tel Aviv.



Als je de boycotacties bekijkt, dan blijkt trouwens hoe onwetend de boycotters zijn van waar ze mee bezig zijn. Ze richten zich meestal nog op landbouwproducten, terwijl de export van Israël overwegend hightech is. Er is bijvoorbeeld geen computer, tablet, laptop of smartphone te vinden, waar geen Israëlische technologie in verwerkt is.
Er wordt zelfs gepleit voor boycots waardoor de Palestijnen voorzieningen als goed openbaar vervoer zouden worden onthouden. Een ander punt van onwetendheid is dat de boycotacties de Palestijnen – die er voordeel van zouden hebben – minstens zo hard raken als de Israëli’s. Want een belangrijk deel van het inkomen van de Palestijnen op de Westbank wordt verdiend bij Israëlische bedrijven.
Dus toen onder druk van de boycotters het Israëlische bedrijf Sodastream zijn fabriek van de Westoever naar de Negev verplaatste, kostte dat vijfhonderd Palestijnen hun goedbetaalde baan. Dat werk wordt nu door bedoeïenen in de Negev gedaan. Niet voor niets bleek in een opiniepeiling in 2010 dat een ruime meerderheid (60 procent) van de Palestijnen tegen een boycot is.

In 2014 was ook de Palestijnse Autoriteit de boycotters helemaal zat. Een woordvoerder in Ramallah verklaarde dat de boycotbeweging een imago creëert dat de Palestijnen allemaal radicalen zijn, die niets liever willen dan Israël beschadigen en niet in vrede geïnteresseerd zijn.
De aanleiding was dat de boycotters het optreden van een Indiase dansgroep in Ramallah hadden verstoord. Dit deden zij omdat de dansgroep ook in Israël had opgetreden, waardoor zij zich in hun ogen schuldig hadden gemaakt aan het “normaliseren van de betrekkingen met Israël”. Echter, het optreden werd ook bijgewoond door topmensen in de Palestijnse Autoriteit, die door de rel ernstig in verlegenheid werden gebracht. Daarom werden – voor het eerst – vier vooraanstaande boycot-activisten door de Palestijnse Autoriteit gearresteerd. Zij werden strafrechtelijk vervolgd voor “het organiseren van rellen en verstoring van de openbare orde.”

En Israëli’s? Die zien dat er wel veel oproepen zijn om de enige Joodse staat te boycotten, maar niet van Turkije, Marokko of China voor hun wrede bezettingen van respectievelijk Noord-Cyprus, de Westelijke Sahara en Tibet. Ook zien zij dat niemand vraagt om aparte etikettering van producten uit andere betwiste gebieden, bijvoorbeeld de door Rusland bezette Krim. Daarom zien zij de alleen op Israël gerichte boycotacties niet bepaald als stimulans voor vrede, maar als discriminatie.

Een boycot van Israëlische producten is door een Franse rechtbank trouwens ook veroordeeld als antisemitisch, omdat die gebaseerd is op discriminatie. De veroordeelde ging in beroep bij het Europees Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg, op grond dat de veroordeling in strijd zou zijn met zijn vrijheid van meningsuiting. Maar ook daar werd hij op 23 juli 2009 in het ongelijk gesteld.

Bron: Christenen voor Israël  05-02-2016