Typography

'Er bestaat geen verjaringstermijn voor de Bijbel,' zei de Israëlische premier Benjamin Netanjahu tijdens de Bijbelquiz die elk jaar tijdens Onafhankelijkheidsdag in Jeruzalem wordt gehouden. 'Wat de Bijbel meer dan iets anders karakteriseert, is vernieuwing. Elke generatie vindt de juiste antwoorden op de uitdagingen in zijn tijd en elke generatie voegt iets nieuws toe aan wat onze Bijbelse helden hebben begonnen.'

Toen de 16-jarige Sagiv Lugassi uit het noorden van Galilea de Bijbelquiz had gewonnen (de eerste niet-religieuze Jood sinds 30 jaar), nam de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, UNESCO, weer een anti-Israël resolutie aan: 'Israël heeft niet de rechtmatige soevereiniteit over Jeruzalem, maar is een bezettende macht in Jeruzalem.'

Voor de resolutie stemden 22 lidstaten, waaronder Zweden als enige westerse staat. Tien landen stemden tegen, waaronder de Verenigde Staten, Griekenland, Duitsland, Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. 23 landen onthielden zich van stemming, waaronder Spanje, India en Frankrijk.

De stemming bij de UNESCO viel nauwkeurig en opzettelijk samen met Israëls onafhankelijkheidsdag, als een signaal tegen de viering volgende maand van 'Jeruzalem 50 jaar herenigd'.

Wanneer een Israëlische staatsman zoals Netanyahu openlijk zegt dat er geen verjaringstermijn geldt voor de Bijbel, en dat Gods Woord ook in deze generatie en in deze dagen geldig is, dan weet de westerse politiek niet wat men daarmee aan moet. In hun ogen spreekt Netanyahu in een extreme Bijbelse code, die niet in het politieke begrip van westerse politici past, in het bijzonder als staatshoofd van de enige democratie in het Midden-Oosten.

Wie Netanyahu en de koers van Israël heel goed begrijpen, zijn de Arabische landen, want ook zij baseren hun politieke agenda op hun heilige boek, de Koran. Die trekken de christelijke westerse landen in een politieke storm, alleen om de Bijbel ten opzichte van de Koran onrecht te doen met betrekking tot Israël en Jeruzalem.

De geschiedenis liegt niet, mensen wel. Ieder mens met verstand en iedere historicus met integriteit weet dat in Jeruzalem eens de eerste en tweede Joodse tempel stonden. In Israël ken ik niemand die de Ottomaanse heerschappij tussen 1517 en 1917 ontkent, alleen omdat ze moslims waren. Niemand ontkent dat er in de loop van de geschiedenis moslims in de stad hebben gewoond. Maar onder vreemde heerschappij werd Jeruzalem nooit genomineerd tot de hoofdstad van een vreemd volk.

In de geschiedenis was Jeruzalem alleen de hoofdstad van een Joodse natie en nooit van een ander volk. Dat bewijst de geschiedenis, maar dat past de Palestijnen en de Arabische landen niet. Wat Jeruzalem politiek relevant maakte, was de terugkeer van het Joodse volk in de 19e eeuw, en de stichting van de staat Israël in 1948. Zonder dit zou er geen internationaal geschil zijn uitgebroken om Jeruzalem. Ik durf te zeggen dat in dit geval geen vreemd volk om Jeruzalem zou hebben gestreden, om er vandaag aanspraak op te maken als hoofdstad. Maar vanwege de Joodse aanwezigheid in het land wordt het Joodse verleden van Jeruzalem voortdurend in twijfel getrokken en aangevallen.

In contrast hiermee zei de Israëlische minister van Onderwijs, Naftali Bennett, gisteren in het kader van de Bijbelquiz, dat de 69e Onafhankelijkheidsdag van Israël als een nieuw hoofdstuk in de Bijbel is. 'Alleen als we terugkijken naar de historie, kunnen we omgaan met de uitdagingen van de toekomst. We willen een koninkrijk zijn dat moreel, geestelijk, intellectueel, dromend en creatief een licht voor de volken is.' Daar behoort Jeruzalem ook bij, en dat wil UNESCO & Co niet begrijpen.

 

Bron: Israel Today 03=-05-2017