Typography

Een nieuwe spectaculaire archeologische vondst in Israël bevestigt de opkomst en ondergang van de bijbelse stad Gezer. Amerikaanse archeologen vonden daar 3.000 jaar oude ruïnes van wat een paleis moet zijn geweest. Het paleis dateert dus uit de periode van koning Salomon, al is het onwaarschijnlijk dat hij er zelf heeft gewoond.

Volgens de archeologen is het duidelijk dat het om een paleis gaat. Het gebouw is veel groter dan gewone huizen in die periode en heeft een grote centrale binnenplaats, net als andere paleizen uit die periode in het Midden-Oosten, zoals die in Megiddo en Chatzor. Bovendien is het bekleed met parement (grote rechthoekige blokken steen) in de hoeken van de kamers.

Het net ontdekte paleis bevindt zich ten westen van de Salomon’s Poort, een binnenpoort met zeven ruimten. Het wordt door de archeologen ‘Salomon’s Paleis’ genoemd, omdat Tenach grote bouwprojecten van koning Salomon noemt in Chatzor, Megiddo en Gezer: “En dit is de waarom koning Salomon belastingen hief; om het huis van de Eeuwige te bouwen en zijn eigen huis; en Millo, de muren van Jeruzalem; en ook Chatzor, Megiddo en Gezer.” (Koningen I, 9:15).

Tenach vertelt dat de Farao Gezer als bruidsschat gaf aan één van koning Salomon’s vrouwen, een dochter van de Farao. Salomon herbouwde vervolgens de stad, die toen al eeuwen oud was en keer op keer verwoest was door de Egyptenaren. Ook hier lijkt het erop dat de Tenach naar een historische gebeurtenis verwijst.

In diepere lagen van de opgraving is tweekleurig Filistijns aardewerk gevonden, een aanwijzing dat de stad door hen werd bewoond tot koning David hem veroverde. In Tenach wordt vermeld dat koning David de macht brak van de Filistijnen “van Geba tot Gezer.” (Samuel II, 5:25 en Kronieken I, 14:16)

De stad Gezer bestond al in 4.000 voor de christelijke jaartelling en werd achtereenvolgens bewoond door Kanaänieten en Filistijnen.

 

Bron: Jonet.nl 02-09-2016