Typography

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Groningen heeft een huisarts in Drachten op de vingers getikt.

De huisarts heeft een terminaal zieke patiënte te laat doorgestuurd naar het ziekenhuis. Hierdoor heeft de vrouw onnodig veel geleden. De vrouw overleed in mei, kort nadat ze alsnog in het ziekenhuis was opgenomen. Ze was uitgedroogd en extreem verzwakt. De echtgenoot en zoon dienden de klacht tegen de huisarts in. Hij krijgt een waarschuwing van het tuchtcollege.

De vrouw was een maand daarvoor op haar fiets door een automobilist aangereden. Ze had pijn op haar borst en stapte naar de huisarts. Die constateerde een kneuzing. Ze kreeg medicatie, maar de klachten verergerden. Ze kreeg moeite met eten en drinken en werd steeds vaker misselijk. De arts gaf haar hiervoor een middel. Tot dusver vindt de tuchtrechter niet dat de huisarts iets valt te verwijten.

Dit wordt anders wanneer de vrouw drie weken later verzwakt op bed komt te liggen. Ze vermagerde zienderogen, doordat ze niets meer binnen hield. Op aandringen van de familie werd de vrouw uiteindelijk overgebracht naar het ziekenhuis. Volgens de tuchtrechter had de arts de vrouw eerder en meer moeten onderzoeken. Dan was de vrouw eerder opgenomen geweest.

De familie verwijt de huisarts ook dat hij de patiënte onheus heeft bejegend door haar uit te maken voor aanstelster. ‘Ze moest haar bed maar uitkomen’, zou hij tegen de familie hebben gezegd. Dit ontkende de huisarts. Het tuchtcollege kon op basis van het dossier niet vaststellen of dit inderdaad zo is gegaan en achtte dit onderdeel ongegrond.

 

Bron: LC 01-02-2017